Bekijk transcriptJoris: Ik heb vrijdag een feestje gehad in een café en ik kreeg een sigaret aangeboden. Ik heb ja gezegd. Ik moet bekennen: ik heb ervan genoten. Er zit gewoon een verslaafde jongen in mij die die heel erg trekt aan die sigaretten nog.
Als ik ’s ochtends opsta is eigenlijk het eerste wat ik doe is een pot koffie zetten en een sigaretje roken. Ik vind dat ook gewoon fijn. Dan sta ik daar alleen buiten. Ik kijk om me heen, ik zie de lucht, ik zie de vogels. Ja, dit zijn wel ritueeltjes die erbij horen bij mij.
Ik werk als psychiatrisch verpleegkundige bij de Support in Eindhoven. Volgens mij bijna alle cliënten waarmee ik werk, die roken. En het is natuurlijk heel makkelijk om samen met de cliënt een sigaretje te gaan roken, in plaats van tegenover elkaar aan tafel te gaan zitten, want dat heeft gelijk lading. Terwijl als je samen langs elkaar loopt dat praat veel makkelijker. Dat sigaretje helpt daar enorm bij.
Een verslaving is dat je van iets afhankelijk bent en daar eigenlijk niet zonder kan en zonder wil en dat het in je hoofd blijft spoken. Dat is als je op een trein staat te wachten, als ik naar mijn werk fiets. Ja, ik heb heel veel van die momenten dat ik denk: hier hoort een sigaretje bij.
Mijn ouders hadden vroeger zo’n potje met sigaretten. Dat was heel gewoon. Als er bezoek was, dan stonden er sigaretten en sigaren op tafel. En ja, dat bietste ik er wel eens 1 uit. Ik was een jaar of 13/14 denk ik. Dat vond ik heel erg vies en ik heb alleen maar gehoest. Maar toch is dat interessant en ik denk dat ik vanaf mijn 16e/17e wel dagelijks ben gaan roken.
Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed. En daar moet iets voor in de plaats komen. Wat dat dan gaat zijn, hoe dat gaat lopen en hoe moeilijk dat gaat worden, dat vind ik wel heel spannend. Het is me nog nooit gelukt en ik zou het heel mooi vinden als het op deze manier wel zou lukken.
In het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk spreekt Pauline Haasbroek met Joris.
Pauline: Hey Joris. Goedemorgen! Je mag op een schaal van 0 tot 10 aangeven hoe graag je wilt stoppen met roken.
Joris: Een 8 denk ik. Ik vind het spannend, maar ook omdat ik eigenlijk al voor mijn gevoel mijn hele leven rook en geen idee heb hoe het leven er daarna eruit gaat zien. En daar kijk ik naar uit en zie ik tegenop moet ik bekennen.
Pauline: Waar zit jouw vertrouwen op dit moment als je dat mag inschatten?
Joris: Op 6-7.
Pauline: We werken met het boek Nederland Stopt Met Roken. Achterin staat een plan, die krijg je van mij op papier mee. De bedoeling is dat je stoppen met roken goed gaat voorbereiden.
Joris: Dan gaat het beginnen en dan kom je op een longafdeling en dan denk je: dat is echt niet oké, daar heb ik niks te zoeken, want ik voel me eigenlijk best oké.
Dan ga je het gesprek aan over roken. Er gaat een periode overheen waarin je een plan moet maken van: Hoe ga je dat doen? Wat zijn je valkuilen? Daar ben ik best wel druk mee bezig geweest. Ik heb het idee dat ik thuis mijn dingetjes wel redelijk geregeld heb, maar op mijn werk vind ik het best wel lastig. Omdat ik werk met mensen met een verslaving, mensen die zelf roken. Waarbij het heel gemakkelijk is om samen met een cliënt een sigaretje te roken.
Pauline op de rookstoppoli: Dit is de nicotinespiegel in het bloed bij iemand die rookt. Wat je ziet is dat het heel erg op en neer gaat. Wat gebeurt er nou? Als je een sigaret opsteekt, gaat de nicotine direct naar de hersenen, binnen een paar seconden. De fabrikant heeft onder andere ammoniak aan de tabak toegevoegd, om dit (het dal van een grafieklijn) zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. Hoe sneller, hoe verslavender. Op het moment dat het in de hersenen komt, komt er een stofje vrij, dopamine. Op het moment dat je hem uitdoet, zakt direct de spiegel weg. Binnen een half uur heeft je lichaam last van ontwenningsverschijnselen. Zo ben je de hele dag bezig om die ontwenningsverschijnselen weg te roken.
Joris: De coach werkt wel. Want die zet de dingen voor mij op scherp en dat is wat ik nodig heb.
Pauline: Is roken gezellig?
Joris: Ik vind van wel.
Pauline: De situatie is gezellig, je hebt altijd gerookt, dus je krijgt op momenten dat je die gezelligheid voelt dat belletje: roken. Maar uiteindelijk doet die sigaret natuurlijk helemaal niks.
Joris: Daar liggen vooral mijn valkuilen. Ik heb ontdekt dat ik mijn collega’s vooral heel hard nodig ga hebben de komende tijd. Ik heb dat bij een eerdere poging gehad dat ik op mijn werk was. Ik zeg: ik heb nu zucht (trek). Ik heb zin om jou te slaan, maar dat doe ik niet. Ja, en dan? Ja, dan bespreek ik dat met een collega en dan gaat het ook weer over.
Pauline: Ja, de trekt die komt, maar die gaat ook weer. Het duurt 3 minuten. Het is goed om te kijken: wat kan ik hier nou doen om er doorheen te komen? Dit kan een slokje water zijn. Ik zeg al bijt je in een citroen, maar die gedachte moet even weg. Op verschillende situaties moet je verschillende dingetjes bedenken. Dus het helpt om inderdaad een collega om hulp te vragen die je even afleidt.
Joris: Morgen hebben wij teamdag, dan gaan we ‘s middags leuke dingen doen en ’s avonds gaan we een hapje eten en misschien nog een beetje drinken en een dansje wagen. Dat wordt mijn laatste dag dat ik rook. Woensdag wil ik wakker worden en wil ik niet-roker zijn.
Joris: Hallo allemaal, ik ben vandaag een week gestopt met roken. Ik moet bekennen, ik vind het heel erg pittig. Vooral de eerste dagen waren echt rampzalig. Op die momenten van zucht (trek) kan ik echt wel door de grond gaan van ellende. Dan weet ik dat het 2-3 minuten duurt en dat het dan weer overgaat. Maar ik vind het heftig. Op dat soort momenten voel ik me echt heel erg zwak en ellendig. En ja, dan wacht je tot het voorbijgaat of je zoekt wat afleiding en ik benoem het aan collega’s. Maar ik moet bekennen: ik word er altijd helemaal gek van.
Ik heb vrijdag een feestje gehad in een café. Daar ben ik echt bewust de hele avond binnen geweest. Dat ging eigenlijk heel erg goed. En ’s avonds gingen we naar huis en daar stonden we nog te kletsen met wat mensen en ik kreeg een sigaret aangeboden. Ik heb ja gezegd. Ik moet bekennen, ik heb ervan genoten. Er zit gewoon een verslaafde jongen in mij die die heel erg trekt aan die sigaretten. Dat is niet morgen opgelost.
Vooral thuis heb ik het moeilijker dan op mijn werk. Dat had ik niet verwacht. Ik werk in de psychiatrie, waar veel mensen roken, maar ik kan daar ook wel gewoon bij collega’s zeggen hoe ik me voel. Er is begrip en afleiding. Thuis, vooral als ik alleen ben, dan denk ik zoek het uit, ik ga gewoon weer beginnen. Maar dat heb ik tot dusver nog niet gedaan, dus daar ben ik eigenlijk best trots op, maar leuk is anders. Ik blijf gewoon gestopt met roken.
Ik heb het idee dat ik sterker moet worden en makkelijker nee moet kunnen zeggen. Zeker in bepaalde situaties vind ik dat lastig omdat er nog een verslaafde jongen zit die denkt: “O, dat is een mooi moment en ik kan daarna wel weer de draad oppakken.” Maar ik weet dat ik het mezelf steeds moeilijker maak. Dus die verslaafde jongen moet gewoon langzaamaan verdwijnen denk ik. Ik denk dat het gewoon tijd nodig heeft om sterker te worden en om de ballen te hebben die ik nodig heb.